VOORWERPEN MET VERHALEN | Eeuwenoude lectuur op het kleinste kamertje
- Hanna Vereecke
- 29 mrt 2022
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 apr 2022

Voor den profytigen kakker en tot den voorzigtigen scheyter. Dit Klag-dicht van het edel kakhuys pronkt al jaren in ons toilet. Het is in 1791 geschreven door J. Vander Plassche – hoe kan het ook anders? – in Antwerpen. Het gedicht is meer dan 200 jaar oud, maar maakt het toiletbezoek een stuk aangenamer. Het kost wat moeite om het archaïsche Nederlands te ontcijferen, maar de boodschap van het gedicht is duidelijk: iedereen doet zijn of haar behoefte. “Geen koning, Prins oft Graef, Geen Paus oft Cardinael, Geen Vry-heer ofte Slaef, Sy kakken al-te-mael'.”
De enige juiste plaats om het klag-dicht op te hangen, is natuurlijk op de muur van de wc zelf. Want het is een ode aan het dagelijkse toiletbezoek, dat lang niet altijd vlekkeloos verloopt, zo vertelt het klagdicht zelf ook:“Paesschier die zou syn gat afvaegen, maer ziet, hy scheurt ‘t papier te kleyn, Zoo dat syn hand en vingers zaegen Bedoyert met dit smeurig breyn.”
Het kakhuys wordt al eens besmeurd achtergelaten, en dat is natuurlijk onaangenaam voor zowel de bezoekers als het toilet zelf. Het gedicht spoort dan ook iedereen aan om hun porseleinen troon proper te houden. Zo wordt een bezoekje aan het kakhuys een fijne beleving voor iedereen. “Zoo raed ik u beleeft, en wilt hier wel op letten: Zit recht, eer dat gy kakt, want zoo gy my besmeurt, ‘T dient van U op-gelakt.”
We kennen allemaal wel het moment waarop er geen toiletpapier meer is, niets is ongemakkelijker. Het kan verleidelijk zijn om het gedicht als stukje papier te gebruiken, maar daar is het absoluut niet voor bedoeld, zo waarschuwt het klagdicht: “De Kak-deur zal de schouwplaets wezen, daer ieder my sal konnen lezen, maer dat gy daer niet af en scheurt, al waer uw gat geheel besmeurt.” Klein of groot, de boodschap van het gedicht is duidelijk: houd het proper!
Bình luận