Daan
Ik kan me nog goed herinneren hoe mijn moeder me meesleurde naar de rommelmarkt aan de Sint-Jacobskerk, in mijn geboortestad Gent. Hoe ze daar steeds bleef plakken, terwijl ik ongeduldig achter haar aan slenterde, klaar om te vertrekken. “Kijk eens hier, Daan!” “En daar, zie!”. Ik begreep er niets van. Wat zag ze toch in die verfomfaaide kleren, gelige schilderijen, en stoffige brocante? Nu weet ik wel beter.
Mijn liefde voor tweedehandsspullen begon toen ik zo’n vier jaar terug voor het eerst een Think Twice binnenstapte. Met een betekenisvolle blik stopte een vriendin een veel te hippe trenchcoat in mijn handen. Ze zat als gegoten. En ze stond me wel. Door mijn lengte heb ik zelden keuze over, en al zeker niet als de winkel is leeggeplunderd op het einde van de ‘eurodagen’, zoals dat heet. Vooruit dan maar, dacht ik.
“Wreed schone vest”, merkte mijn oma eens op toen ik haar een bezoekje bracht. Ik had nog niet zo lang ervoor de moed bijeengeraapt om ermee naar buiten te komen. Ik vertelde haar dat de jas tweedehands was en mij één euro had gekost. “Ge moet er niet mee inzitten, jongen”, zei ze in een half bezorgde toon. “Houd dat maar stil. Ge moet al uw geheimen niet prijsgeven, hé.” Ik moest lachen, want het was geen bekentenis. Nee, ik was eigenlijk trots.
Ondertussen heeft de helft van mijn kleerkast een verleden. Unieke hemden, truien, en broeken die ik heb gekocht voor geen geld, een blauwe frak die van mijn grootvader was, en de slonzige ‘kuispull’ van mijn oma – zo’n 24 jaar geleden had ze die aan bij mijn geboorte. En het is niet bij kleren gebleven. Geadopteerde planten, een zwarte rustieke kast, een Perzisch tapijt, en een resem boeken: ze hebben al een heel leven geleid, en het is alsof ze altijd al van mij zijn geweest.
Wees welkom, lezer, en ontdek samen met ons de wereld van ‘oud nieuws’. Wie weet: misschien geven we gaandeweg wel wat geheimen prijs.
